
De in 1953 in Nieuwendijk geboren Toon de Graaf wordt in 1997 de nieuwe dirigent
van het Gemengd Rijnmondkoor. Hij had al wel ervaring opgedaan met de Johannes Passion
van Bach, maar de Mattheus Passion was voor hem ook een nieuwe uitdaging.
Zijn hoofdbaan is leraar schoolmuziek bij het voortgezet onderwijs. Hiervan droomde hij overigens niet als jongeling! Als kind kreeg hij wel pianoles van zijn vader, die organist was, maar toen hij begon te puberen hield hij het musiceren voor gezien en koos voor de opleiding tot gewoon onderwijzer op de PA. Daar echter stimuleerde een leraar hem om toch naar het conservatorium te gaan en schoolmuziek te gaan studeren. Hij heeft die opleiding met veel plezier gedaan en behalve schoolmuziek nam hij er ook koordirectie en orkestdirectie bij. Tevens is hij dirigent van C.O.V. Amicitia, Uithoorn
In 1984 studeerde hij af en bekwaamde zich verder in de koordirectie met de bekende dirigentenopleiding van Kurt Thomas. Ondertussen stond hij al vanaf 1979 voor allerlei koren om praktijkervaring op te doen en muziek te maken. Immers, voor een dirigent is het koor zijn muziekinstrument! (Van Bach, die een fabelachtige organist was, wordt wel gezegd dat het koor voor hem als het ware functioneerde als kerkorgel).
Toon z'n ambitie is het om grote muziekstukken in z'n geheel, in hun totale interne samenhang, uit te voeren, met een orkest erbij en enige solisten. Voor koren zijn de oratoria heel geschikt, omdat het koor in deze werken een prominente plaats inneemt. In opera's heeft het koor doorgaans een bijrol in het verhaal, als toekijkend volk op de achtergrond.
Praktisch is een opera ook in z'n geheel moeilijk uitvoerbaar: er zijn vele mannenstemmen voor nodig en daaraan is in elk koor altijd een chronisch tekort. En je hebt meestal veel professionele solisten nodig, wat een uitvoering extra kostbaar maakt. Maar er is genoeg oratoriummuziek voorhanden. Behalve de passies kent dit repertoire ook de requiems en de missen. Meer 'wereldse' oratoria zijn bijvoorbeeld Die Jahreszeiten van Haydn, Mendelssohns ' Walpurgisnacht, de Carmina Burana van Orff en dergelijke.
Alhoewel De Stem des Volks eind twintiger jaren van de vorige eeuw naast de strijdliederen ook al oratoria zong, zoals de Walpurgisnacht, heeft het zingen van de Mattheus Passion er toch sterk toe bij gedragen, dat het Gemengd Rijnmondkoor zich door de jaren heen heeft ontwikkeld tot een specifiek oratoriumkoor.
Het zijn prachtige werken, die vaak groots en meeslepend kunnen worden uitgevoerd door een groot koor. Op zich echter is het Gemengd Rijnmondkoor met 85 zangers nog steeds te klein om zelfstandig, zonder de hulp van zangers van andere koren, de Mattheus Passion uit te voeren.
Alhoewel de professionele muziekwereld de laatste tijd er toe neigt de Mattheus Passion met een kleine bezetting uit te voeren, acht Toon de Graaf dit niet mogelijk met amateurs, wil men tenminste een behoorlijk resultaat bereiken. Aan amateur-zangers heb je toch wel zo'n 110 á 120 mensen nodig voor de Mattheus Passion. Toch valt het niet altijd mee om als professioneel musicus, die je als dirigent bent, met de amateurs, die ook voor de gezelligheid en het amusement komen - er moet toch ook gelachen kunnen worden, niet waar! - een prachtig concert te maken. Er zou thuis ook meer aan het huiswerk gedaan moeten worden!", sprak de dirigent vermanend.
Wel is het doorgaans zo dat het orkest en de professionele solisten bij de uitvoering zelf een belangrijke stimulans zijn voor het koor om dan, in uiterste concentratie, boven zichzelf uit te stijgen. Toon de Graaf vindt het koor een 'stoer' koor. Van doe maar gewoon en heb geen kapsones. "Je krijgt het ook direct te horen, als ze iets niet bevalt. Prima!"
GEMENGD RIJNMONDKOOR VLAARDINGEN
Opgericht: 4 februari 1906
